De BIO Cooperative en SUSPACC slaan de handen ineen. Vanaf voorjaar 2026 gaan beide organisaties verder als één gezamenlijk bedrijvencluster onder de voorlopige naam SuspaccBioCooperative. Hiermee willen beide organisaties hun impact vergroten en de positie van het regionale bedrijfsleven in de groene chemie versterken. Cor Kamminga (bestuurslid BIO Cooperative, oprichter KNN Groep/Ecoras en projectleider a.i. Greenwise Circular Plastics bij Greenwise Campus Emmen) en René van Bremen (directeur SUSPACC), lichten deze stap toe.
Versnippering tegengaan
De aanleiding ligt in een gedeeld besef dat de sector vraagt om meer samenhang en schaal. “Na tien jaar BIO Cooperative en evenveel jaren SUSPACC merkten we dat we toe waren aan een volgende stap,” aldus Kamminga. “We hebben los van elkaar veel bereikt, maar zien ook versnippering. Dan is het logischer om krachten te bundelen dan parallelle structuren in stand te houden.”
Die beweging wordt versterkt door inhoudelijke overlap. Waar de BIO Cooperative geworteld is in de bio-economie, met aandacht voor zowel biomassa als biodiversiteit, heeft SUSPACC zich gericht op circulaire kunststoffen. “Door samen te gaan verbreden we onze scope,” zegt Van Bremen. “Van circulaire kunststoffen en materialen uit biomassa naar een bredere focus op groene chemie, terwijl we tegelijkertijd onze positie in Noord-Nederland versterken.”
Bedrijven aan het roer
De samenwerking draait niet alleen om schaal, maar vooral om inhoudelijke versterking en positionering. Beide benadrukken dat de groene transitie in toenemende mate vraagt om een stevig georganiseerde vertegenwoordiging van het bedrijfsleven. Kamminga: “De ontwikkeling van groene chemie kan uiteindelijk alleen door bedrijven worden gerealiseerd. Dan is het essentieel dat zij ook gezamenlijk optrekken en zichtbaar zijn in het bredere ecosysteem.”
Versterking collectieve stem
Voor de leden betekent de samenvoeging vooral een versterking van hun collectieve stem. Het nieuwe cluster kan verder regionale en (inter)nationale ontwikkelingen beter volgen en vertalen naar concrete kansen voor ondernemers. “We willen ervoor zorgen dat bedrijven beter gehoord en gezien worden én beter aangehaakt blijven bij relevante ontwikkelingen, zonder dat ze daar zelf continu capaciteit op hoeven in te zetten,” licht Van Bremen toe. “Ondernemers moeten zich primair kunnen richten op hun dagelijkse bedrijfsactiviteiten.”
De onderlinge verbinding blijft daarbij cruciaal. Dat vertaalt zich in netwerkbijeenkomsten, gezamenlijke projecten en andere actieve samenwerking. “Elkaar leren kennen en begrijpen waar kansen liggen, heeft nu prioriteit,” zegt Van Bremen.
Gefaseerde integratie
De integratie van beide organisaties verloopt gefaseerd. Door lopende verplichtingen, onder andere van de BIO Cooperative binnen Interreg-projecten, blijven de bestaande juridische entiteiten voorlopig naast elkaar bestaan. In de dagelijkse praktijk wordt echter al toegewerkt naar één gezamenlijk profiel en één gezamenlijke koers. “Naar buiten toe willen we die gezamenlijke identiteit nu al expliciet uitdragen,” zegt Kamminga.
Met de samenvoeging ontstaat een cluster van twintig bedrijven, met de ambitie om op korte termijn door te groeien. “We mikken op een verdere groei in 2026 richting 25 tot 30 leden,” aldus Van Bremen. “Niet alleen om impact te creëren, maar vooral ook om de diversiteit en complementariteit binnen het netwerk te vergroten.”
De samenwerking sluit nadrukkelijk aan bij bredere regionale initiatieven rondom de koolstoftransitie in het algemeen (Chemport Europe) en de groene chemie in het bijzonder waarin overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven samen optrekken. Juist binnen dat speelveld zien beide organisaties een duidelijke rol voor het nieuwe cluster. “Wat tot nu toe vaak ontbrak, is een krachtige en eenduidige vertegenwoordiging van het bedrijfsleven,” stelt Kamminga. “Met deze stap kunnen we die rol veel nadrukkelijker invullen.”
Focus en organisatie
De komende periode staat in het teken van verdere professionalisering. De operationele capaciteit wordt versterkt, onder meer door de inzet van een projectleider. Van Bremen: “Ik ben formeel directeur, maar in de praktijk pak ik ook veel operationele taken op. “Met deze uitbreiding kunnen we sneller schakelen en onze leden beter ondersteunen en tegelijkertijd aan onze strategische doorontwikkeling werken.”
Ook op bestuurlijk niveau wordt de integratie zorgvuldig ingericht. Het huidige, tijdelijke bestuur bestaat uit vertegenwoordigers van beide organisaties. Vanuit de BIO Cooperative nemen Cor Kamminga en Ton Vries (CEO van BioBTX) deel. SUSPACC wordt vertegenwoordigd door Bart Labrie (directeur-eigenaar van HP Moulding), Joost Paques (managing director van Paques Biomaterials) en Thomas Vervloet (manufacturing director Europe bij Envalior).
Dit bestuur heeft nadrukkelijk een tijdelijk karakter. “Op korte termijn leggen we de toekomstige bestuursstructuur weer voor aan de leden,” aldus Kamminga. “Zij moeten uiteindelijk bepalen hoe het bestuur er straks uit komt te zien.”
Blik vooruit
Op de middellange termijn ligt de lat helder. Van Bremen: “Succes is voor mij dat we een stabiele organisatie zijn waarvan ondernemers daadwerkelijk de meerwaarde ervaren. Dat ze zien en voelen dat we bijdragen aan factoren die hun aansluiting op de transitie naar groene chemie vergemakkelijken en verbeteren.”
Kamminga besluit: “Op het moment dat het voor bedrijven vanzelfsprekend wordt om zich bij dit cluster aan te sluiten, dat ze zeggen ‘hiervoor moet je bij SuspaccBioCooperative zijn’, dan hebben we echt iets toegevoegd aan het ecosysteem.”



